Home

gercoderuijter80x80-2007

Bovenmaats door Peter Delpeut

De fotografie van Gerco de Ruijter en het Nederlandse landschap – ze lijken voor elkaar gemaakt. Als je het overzichtsboek met foto’s die De Ruijter tussen 1993 en 2003 bij elkaar vliegerde doorbladert, dan vallen in eerste instantie de landschappelijke kenmerken op die we als typisch Nederlands ervaren: rechte sloten, geometrisch geplaatste bomenrijen, kaarsrechte kribben die het wassende water tot rust manen. Kenmerken die je mondriaanesk zou kunnen noemen: een landschap waarin de wereld is teruggebracht tot vlakken en lijnen.

Het spannende van deze foto’s is dat ze in de blik van de toeschouwer voortdurend tuimelen tussen figuratief en abstract, zoals de plaatjes die door de Gestaltpsychologie populair zijn geworden, afbeeldingen die zich door een minimale perspectiefwisseling tot een totaal ander beeld transformeren. De precieze kijker ontwaart in het frisgroene gras een plukje schapen, een eenzaam paard, een paar koeien op een dijkje. Er is echter maar een kleine beweging nodig om van het ene op het andere moment de figuratieve kenmerken te laten opgaan in een abstract spel van vlakverdelingen, dikkere en dunnere lijnen, wolkjes schapenvacht als platgeslagen muggen op het behang. De blik van de toeschouwer pendelt voortdurend tussen deze twee verhoudingen, die van de menselijke maat en die van de grotere orde, die van het detail en die van de structuur. Het Gestalteffect van het figuratieve naar het abstracte en vice versa, lijkt in de foto’s van De Ruijter nergens beter mee te articuleren dan met het Nederlandse cultuurlandschap.

Toch zijn er nogal wat foto’s in het oeuvre van de Ruijter waarin de figuratieve basis van dit tuimeleffect tot een minimum is teruggebracht. Het is alsof De Ruijter zijn procédé steeds weer opnieuw heeft willen testen. Vooral in de grensgebieden van het Nederlandse landschap (die met de zee of andere natte plaatsen zoals slikken, schorren en zandbanken) is er vanaf vliegerhoogte nog nauwelijks sprake van menselijke maat of cultuurreferenties. Hier regeert niet de geometrie, maar de geologie, de natuur, al zorgen de rimpelingen in een waterplas, een overvliegende gans of een paar paaltjes van een hek nog steeds voor een tuimeleffect tussen een concreet landschap en een abstract beeld. Het levert deze foto’s een dubbele spanning. Ze onthullen het landschap als een schilderkunstige abstractie van wild opgebrachte vegen kleur, die soms doen denken aan de met modder vermengde verfhuid van art brut. Tegelijkertijd zijn er juist voldoende figuratieve elementen die de toeschouwer de concrete basis van deze foto’s (een paar honderd vierkante meter Nederland) niet doen vergeten. Maar op de weegschaal van het figuratieve en het abstracte wordt het figuratieve soms zo licht als een pluisje. Alle goede kunstenaars hebben de neiging de uitersten van hun uitgangspunten te onderzoeken. Dat verklaart – denk ik – waarom De Ruijter zijn werkterrein na 2003 heeft verlegd naar een landschap dat de ultieme test voor zijn werk inhoudt. New Mexico in het Zuidwesten van de Verenigde Staten deelt weinig met het Nederlandse landschap. Daar vind je uitgestrekte gebieden waar uiteindelijk alleen de geologie het voor het zeggen heeft. Niet een geschiedenis van tientallen, noch van honderden jaren, maar een reis in de tijd van miljoenen jaren. Een uitgestrektheid te groot voor menselijke interventie, zelfs de dieren gaan hier verloren in de oneindigheid van rotsen, zand, kalk en lava. Hoe kan De Ruijter hier de ontregelende onzekerheid vinden die de foto’s van wat we nu maar zijn Nederlandse periode zullen noemen, zijn spanning geeft?
gercoderuijterUntitled, 2009

Door met zijn vliegers en – nu ook – een heliumballon naar New Mexico te gaan, zocht De Ruijter het risico van de leegte, een ruimte zonder houvast. Zonder maat geen tuimeleffect. En het landschap van New Mexico is bovenmaats. Tenminste, op ooghoogte, want vanuit de vlieger of ballon van De Ruijter blijkt dit landschap wel degelijk in staat tot een Gestalteffect. In dit nieuwe werk brengt niet zozeer de spanning tussen het figuratieve en het abstracte de kijker uit zijn evenwicht, maar neemt de onzekerheid over het hele grote en het hele kleine die rol over. De toeschouwer pendelt tussen de twijfel naar een macro-opname van een fossiel te kijken of een foto van de maan vanaf de aarde gezien. De afbeeldingen schuiven hiermee weer een stukje op naar de grens van de totale abstractie (de White Sands triptiek lijkt een hommage aan Jan Schoonhoven). Maar in de haarscherpe beelden blijft de concreetheid van het landschap nog voldoende aanwezig om de kijker in verwarring te brengen. Van ons kijkers wordt geëist nog beter te kijken, ons nog preciezer af te vragen wat de maat der dingen is. Groot, groter, grootst. Of klein, kleiner, kleinst. Niets is zeker in deze foto’s. Zoals het hoort met goede kunst.

Peter Delpeut
bron: www.gercoderuijter.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s